Preek ds. Michiel Pronk Preek ds. Michiel Pronk
Verkondiging naar aanleiding van Matteüs 14: 13-21

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het verhaal van vandaag over Jezus die die grote groep mensen te eten geeft met slechts vijf broden en twee vissen herinnerde mij aan een boekje. In dat boekje vertelt de schrijver, Peter Rollins, Bijbelverhalen opnieuw, maar hij geeft er zo z’n eigen draai aan. Hij doet dat om te prikkelen, om ons aan het denken te zetten. Zijn verhaal over Jezus met die vijfduizend mensen gaat zo.

‘Regelmatig werd het Jezus te veel. Dan stapte hij in het bootje van een van zijn leerlingen en trok hij zich terug naar een eenzame plaats. Maar wat hij ook deed, de mensen bleven hem achtervolgen. Op een avond waren vele toehoorders hongerig. Daarom stuurde Jezus zijn leerlingen eropuit om eten te halen. Maar dat viel niet mee, want het enige dat ze vonden waren vijf broden en twee vissen. Om die reden vroeg [Jezus zijn leerlingen] er om nog eens op uit te gaan, en alles te verzamelen wat de mensen hadden meegebracht. Nadat [de leerlingen] dit hadden gedaan, lag er voor Jezus’ voeten een grote berg brood en vis. Toen hij dat zag vroeg hij de mensen om in het gras te gaan zitten.

Terwijl hij bij al dat voedsel stond, keek hij op naar de hemel en dankte God. Hij brak het brood
en gaf het eten aan zijn leerlingen. Hoewel er veel hongerige mensen bij waren, aten Jezus en
zijn vrienden zoveel ze konden. En het verbazingwekkende, ja het werkelijk wonderbaarlijke
was dat, toen zij de uitbundige maaltijd hadden beëindigd, er niet eens genoeg kruimels over
waren om één persoon te eten te geven.’

Waarschijnlijk voelt u bij dit verhaal hetzelfde gevoel, als wat ik voelde toen ik het deze week
weer las. Een ongemakkelijk gevoel. Jezus wordt hier niet getekend als toonbeeld van vrijgevigheid, als iemand die uitdeelt, maar eerder als een graaier, iemand die ervoor zorgt dat hij en zijn leerlingen het vooral goed hebben. Maar voordat u denkt: wat een raar verhaal, wat een spottend verhaal, even iets meer over deze Jezus.

De schrijver van het verhaal zegt in een toelichting dat volgens de Bijbel de mensen die Christus volgen, Hem laten zien in hun daden. Jezus wordt zichtbaar in wat wij doen. Als dat zo is, welk beeld van Jezus krijgen de mensen dan van ons als zij zien hoe wij in het leven staan? Herkennen zij dat wij geloven in een vrijgevige Jezus, in iemand die deelt? Of is het eerder wat dit verhaal schetst, zou je denken dat wij geloven in iemand die ons aanspoort om zoveel mogelijk voor onszelf te houden? Dat wij het vooral goed hebben en ons niet bekommeren om anderen die het minder of niets hebben…

Het Bijbelverhaal, opnieuw verteld, maar dan net iets anders…. Dat gebeurt niet alleen in het verhaal dat ik net aanhaalde, ook Matteüs, de schrijver van ons Bijbelgedeelte, doet dat. Het verhaal over Jezus die die vijfduizend mensen te eten geeft, vind je ook in het evangelie van Marcus en dat van Lucas. Wij weten dat Matteüs voor zijn boek gebruik maakte van het evangelie van Marcus. Matteüs nam die verhalen over, maar het was niet alleen overnemen, hij paste ze ook aan, veranderde dingen. Hij deed dat om ervoor te zorgen dat het verhaal dat hij doorgaf ook van betekenis zou zijn voor zijn lezers.

Als je dan ons verhaal houdt naast het verhaal dat staat in Marcus 6, vallen een paar dingen op. Een ding is dat het veel korter is geworden. Bij Marcus bestaat het verhaal uit veertien verzen en bij ons zijn dat er nog maar negen. Veel details die het verhaal levendig maken, laat Matteüs weg. Alleen het hoognodige vertelt hij.

Maar het is niet alleen franje wat Matteüs weglaat, er verdwijnt nog iets en daarmee verandert hij de betekenis van ons verhaal. Wij horen dat de leerlingen bij Jezus komen met vijf broden en twee vissen. Dan staat er ook nog: ‘[Jezus] nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit.’ Maar daarna horen wij niets meer over die vissen. Wat wij horen, is dat Jezus het brood breekt en dat laat uitdelen.

Je zou kunnen denken: die vissen, dat is gewoon overbodig detail. Iets waar Matteüs dacht: dat kan wel gemist worden… Ik denk dat het meer is dan dat. Als je de woorden hoort ‘Hij sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen’, wekt dat – in ieder geval bij mij - de herinnering op het laatste avondmaal, toen Jezus brood en wijn met leerlingen deelde. Toen Hij het Avondmaal instelde. Ik denk dat Matteüs heel bewust bij de hoorders / de lezers van zijn evangelie de gedachte aan het Avondmaal wil oproepen. Dat avondmaal was voor hen herkenbaar, daarmee waren zij vertrouwd. Zo brengt Matteüs dat wonderlijke gebeuren voor zijn hoorders dichterbij, dat wonder van die vijf broden en twee vissen kunnen zij terugzien als zij brood en wijn met elkaar delen.

Zo verbindt Matteüs in mijn ogen dit verhaal met het Avondmaal. Maar ja, dan is er wel iets wat niet zo goed lijkt te passen bij het Avondmaal en dat is die overvloed. ‘Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol.’ Wat heeft dat nou met het avondmaal te maken? Zeker als je kijkt naar onze gewoonte van een klein stukje brood en een slokje wijn.

Nou, die overvloed was er wel in die dagen bij het avondmaal. Het was een gemeenschappelijke maaltijd waarvoor iedereen wat meebracht naar draagkracht. De rijken meer dan de armen. Als brood en wijn gedeeld werd, was er overvloed. De armere gemeenteleden hadden genoeg te eten, doordat de rijken deelden. Het was ook nog eens de gewoonte dat wat overbleef, werd uitgedeeld.

Nu moet ik er wel bij zeggen dat dat delen het ideaal was, maar dat het, als wij de apostel Paulus in zijn brief aan de Korintiërs mogen geloven, het er in die dagen soms meer op leek of de mensen geloofden in een Jezus als graaier, iemand die vooral voor zichzelf en zijn vrienden zorgde dan dat zij geloofden in een vrijgevige Jezus, iemand die met vijf broden en twee vissen, vijfduizend mensen voedde, vrouwen en kinderen niet meegerekend…

Welke Jezus leren de mensen kennen als zij kijken naar Zijn volgelingen? Is dat Jezus als graaier of dat de vrijgevige Jezus? Het Bijbelverhaal laat er weinig misverstand welke Jezus de mensen zouden moeten zien: zoals Jezus deelde en overvloed liet ontstaan, hoort die beweging door te gaan. Ook zijn leerlingen kunnen overvloed scheppen, als zij delen…

En dat vind ik een mooie boodschap, dat ik overvloed kan laten ontstaan als ik deel, maar ik vind het ook een moeilijke boodschap. Dat moeilijke zit erin dat ik soms het gevoel heb dat hoe ik leef, eerder lijkt te wijzen naar een beeld van Jezus als een graaier, iemand die ervoor zorgt dat hij en zijn vrienden het vooral goed hebben, dan dat het verwijst naar een vrijgevige Jezus. Neem nou zoiets simpels als kleding: hoe weet je nou zeker dat je kleding niet gemaakt is door kinderen, of door volwassenen onder erbarmelijke omstandigheden? Want als dat zo zou zijn, als het gemaakt is door een kind, ben ik toch eigenlijk een graaier?

Iets anders wat mij bezighoudt, is, is dat de coronacrisis aan het licht heeft gebracht – wij wisten dat eigenlijk al eerder - dat veel arbeidsmigranten werken, verblijven onder slechte omstandigheden. Dat maakt hen ook nog eens vatbaar voor het coronavirus. Als je in de supermarkt iets koopt, heb je geen weet van hoe dat product daar is gekomen. Maar om dan te zeggen: wat niet weet, wat niet deert, dat is mij toch te gemakkelijk. Ik kan mijzelf denk ik toch niet helemaal vrijpleiten.

Een laatste voorbeeld, wij hebben familie die regelmatig naar Lesbos gaat om daar te helpen, voor maanden zelfs. Ik heb daar veel respect voor, ook bewondering voor, maar het zorgt er wel voor dat ik mijzelf dan wat bleekjes vind afsteken tegenover hen. Nu zitten zij minder vast dan ik door mijn gezin en mijn werk, maar het prikkelt wel wat zij doen. Wat doe ik? Hoe deel ik? Welk beeld van Jezus roepen mijn daden op?

‘Jezus brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. Iedereen at en werd verzadigd…’ En er bleef zelfs nog over. Het is denk ik op de opdracht, de uitdaging om dat in je eigen situatie te doen, als levend in deze rijke westerse wereld, als ouder van kinderen, als opa of oma. Staande volop in het leven of meer eerder aan de rand. In je werk, in je vrijwilligerswerk. Ieder op zijn eigen plaats. Daar aanwezig te zijn zoals Jezus dat deed: overvloed scheppen.

Dan zijn er denk ik veel manieren om voor overvloed te zorgen. Niet alleen door geld te geven, wat natuurlijk ook heel mooi is als dat gebeurt. Overvloed ontstaat denk ik ook als je je tijd deelt. Als je tijd en aandacht hebt voor een ander, hem of haar hoort en ziet. Overvloed ontstaat denk ik ook als je met aandacht leeft. Als je afvraagt hoe de spullen die je koopt gemaakt zijn, onder welke omstandigheden ontstaan. En of dat niet beter kan.

Dan denk ik zelf niet dat wij zo heel de wereld kunnen veranderen, want daarvoor is de wereld te weerbarstig. Hebben wij ook te weinig invloed. Maar ook Jezus liet slechts overvloed ontstaan op die plek daar, bij die mensen. Er waren genoeg plaatsen in die tijd denkbaar geweest waar het ook gewenst was. Zo denk ik: laten wij het gewoon op onze plaats proberen. Laten wij hier een klein begin maken van een groot ideaal.

Een Bijbelverhaal opnieuw verteld, maar net iets anders. Het gebeurde in het verhaal aan het begin, Matteüs deed het. En wat mij betreft, doen wij dat ook. Leven wij dit verhaal van Jezus die overvloed maakt, ieder op onze eigen plaats, op eigen wijze. Laten wij doen wat het lied zegt, dat wij zo zingen:

Met zoveel gaven aan ons gegeven,
voor zoveel leed, zoveel gemis,
Maak ons uw dienaars, leer ons te delen.
totdat uw rijk hier is (Lied 1005).

Amen
terug