Preek ds. Michiel Pronk Preek ds. Michiel Pronk
Verkondiging naar aanleiding van Johannes 2: 1–12

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Ach, u weet wel hoe dat gaat. Soms ga je googelen en kom je van het een op het ander. Als je wat geluk hebt, vind je wat bruikbaars. Zo had ik Johannes 2, Romeinen en Epifanie ingevoerd in de zoekmachine en dat bracht mij bij die cantate van Bach die hij voor deze zondag bij dit verhaal over de bruiloft te Kana gemaakt heeft.

Het begin van die cantate trof mij. Vertaald is die zo: ‘Mijn God, hoelang, ach hoelang? Er is te veel ellende! Ik zie helemaal geen zin van mijn pijn en zorgen. Uw liefdevolle blik heeft zich verstopt achter nacht en wolken. Uw liefdevolle hand heeft zich helemaal teruggetrokken, […] De wijn van de vreugde ontbreekt; ik verlies bijna al mijn vertrouwen.’

Het is een sombere tekst, je wordt er droevig van. Het voelt voor mij als niet helemaal passend bij ons verhaal: daar is het feest en zij kunnen – ook als de wijn bijna op is - zelfs een tijdje doorgaan met feesten, want Jezus maakt van water wijn. En ook nog eens een hele boel!  

Dat sombere begin van die cantate geeft ons wel een inkijkje in hoe driehonderd jaar geleden dit verhaal beluisterd is. Hoe toen de brug is geslagen tussen het Bijbelgedeelte en de ervaringen van de mensen in die tijd. Voor de dichter van de cantate is dan vooral het begin van ons verhaal actueel, die ervaring van dat de wijn op is. Voor hem is dat een beeld voor zorgen, angst, verdriet die er in een leven kunnen zijn. Het gevoel van dat er weinig te vieren is…

Ook deze lockdown waarmee wij te maken hebben, kent die kant. Hoelang moeten wij nog leven met deze beperkingen? Zeker bij ondernemers met horeca of winkels staat het water vaak aan de lippen toe.  

In zo’n situatie en ook in het geval van ziekte en zorgen verlang je naar verandering: dat het virus ingedamd wordt, dat er herstel bij ziekte is, dat verdwijnen van zorgen.  Als die verandering er niet is of op zich laat wachten, is dat heel zwaar. De dichter van de cantate ziet voor die ervaring ook een aanknopingspunt in ons verhaal. De moeder van Jezus wijst hem erop dat er geen wijn meer is en dan reageert Jezus: ‘Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Er is geen directe reactie van Jezus. Jezus helpt niet gelijk. Het gebeurt op zijn tijd. Dat wordt in de cantate uitgewerkt. Je moet geduld hebben. Wachten totdat Gods tijd er is. Je moet geloven, hopen, zoals wij net hoorden in het lied. Gods tijd zal zeker komen.

Als ik zo vertel hoe in die cantate dit verhaal wordt toegepast, heeft dat iets moois. Wel zitten er bij mij enige aarzelingen. Dat heeft er mee te maken of op deze manier wel recht gedaan wordt aan wat Johannes wil vertellen. Die aarzeling kun je samenvatten met deze vraag: is het verhaal over de bruiloft te Kana een verhaal over leven of veelmeer een verhaal over wie Jezus is? Waar ligt hier de focus?

Het verhaal over de bruiloft te Kana is een typisch voorbeeld van hoe Johannes verhalen vertelt. Dat begint gewoon, alledaags. Wij horen over een bruiloft. Als de bruiloft nog niet op de helft is, op de derde dag – zij duurde wat langer dan bij ons – is de wijn bijna op. Dat was niet zo best voor de feestvreugde en ook niet voor de goede naam van het bruidspaar. Je bent een slechte gastheer/-vrouw als zo snel het drinken op is.

Tot zover is het nog een redelijk gewoon verhaal, maar al bij die vraag van Maria komt er een breuk in het verhaal. Maria wijst Jezus op het gebrek aan wijn. Dan reageert Jezus met de woorden: ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Tijd is een woord in het evangelie van Johannes als een haal in een trui. Je hebt dan een draadje, lusje, en daar kun je eraan trekken – dat moet je eigenlijk niet doen, want dan maak je de schade alleen maar groter. Als je het wel doet, zie je hoe zo’n draad door je trui heen loopt.  In het evangelie zie je dat bij het woord ‘tijd’.

In gesprek met de Samaritaanse vrouw dat kort hierna volgt, zegt Jezus bijvoorbeeld: ‘Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen…’ Ook rond zijn sterven gebruikt Jezus het woord tijd: ‘Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader.’ Tijd is hier het door God bepaalde moment. Het woord ‘tijd’ heeft alles te maken met wie Jezus is.

Zo verandert hier al in het verhaal de focus. De spotlights komen op Jezus te staan, op wat Hij doet, op wie Hij is. Wie Jezus is, dat wordt met een paar dingen duidelijk gemaakt. Het eerste is dat Jezus iets wonderlijks doet. Al in die vraag van Maria klinkt de verwachting door dat Jezus meer kan doen dan wij zouden verwachten. Het gebeurt ook: Jezus maakt van water wijn.  Zo blijkt Jezus meer dan een gewoon persoon.

In de vorm van dat wonderlijke gebeuren komen wij nog meer over Jezus te weet. Jezus gebruikt daarvoor watervaten, watervaten die gebruikt werden voor het Joodse reinigingsritueel. Dat Jezus die daarvoor gebruikt, daar zit in dat die niet meer nodig zijn. Die reiniging hoeft niet meer. Er is iets nieuws gekomen. Om nog een keer terug te grijpen op Jezus’ gesprek met de Samaritaanse vrouw, daar zegt Jezus: ‘Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid.’ Die gebruiken als dat reinigen zijn niet meer nodig.

Voor Johannes is dat nieuwe, ook het betere. Dat zit verborgen in die opmerking van de ceremoniemeester als hij die door Jezus gemaakte wijn proeft: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard.’ Dat nu is: de komst van Jezus. Hij is in het verhaal de beste wijn.    

Het verhaal sluit dan af met de opmerking waarin het gebeuren en de betekenis daarvan wordt samengevat ‘Dit heeft Jezus in Kana, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem…’ Het is weer zo’n opmerking die verbonden is met andere teksten in het Johannesevangelie. Met woorden aan het begin van het evangelie: ‘En wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.’ In Jezus wordt God zichtbaar, meer dan iemand anders.

De focus van dit verhaal, ik denk dat vooral ligt op Jezus, op wie Hij is. Het wonder van water dat in wijn wordt veranderd, toont wie Hij is.  Met hem is iets nieuws dat het oude doet verbleken. Zijn komst is als de beste wijn, want in hem wordt de grootheid van God zichtbaar.

Met deze focus lijkt het verhaal wat minder concreet te zijn. Zo’n beeld van de wijn die op is als beeld voor het leven is makkelijker toepasbaar en ook herkenbaar. Zelf denk ik dat het verhaal hoopvoller wordt door juist die focus, die blikrichting op Jezus. 

Dat heeft te maken met woorden in die andere lezing van vandaag, die woorden uit de brief van Paulus aan de Romeinen. Daarin staan de wonderlijke woorden over God: ‘God die de doden levend maakt en in het leven roept wat niet bestaat.’ Iets anders gezegd: God heeft de macht heeft om doden levend te maken. En om iets dat niet bestaat, te laten leven.’ Paulus ziet God als een God van onbegrensde mogelijkheden.

Dat Paulus dat over God zegt, heeft te maken met een ervaring en dat was de opstanding van Jezus.  Dat was voor hem een onvoorstelbaar gebeuren - en ook voor ons.  Toch was dat er volgens Paulus geweest, had dat plaatsgevonden. Dat wonder was gebeurd.

Die focus op Jezus heeft zoiets heel positief, omdat Jezus de spiegel is wat mogelijk is. In Hem wordt het onvoorstelbare zichtbaar: water in wijn, doden worden opgewekt. In Hem wordt de grootheid van de enige zoon van de Vader zichtbaar, om het met woorden van Johannes te zeggen.

Laten wij even terugkeren naar die cantate en dan naar het gedeelte dat wij geluisterd hebben. De tekst daarvan was: ‘Je moet geloven, je moet hopen, / je moet God zijn gang laten gaan!/ Jezus kent de juiste tijd/ waarop hij je met zijn hulp zal verblijden.’ Het is die laatste zin die in mijn ogen op grond van ons verhaal anders zou kunnen zijn. Jezus kent niet de juiste tijd, Hij belichaamt de juiste tijd, het door God bepaalde moment.  In Hem zien wij Gods hulp zien.

Het is door die spiegelende functie van Jezus dat Hij aan mijn leven, aan ons leven raakt. Zeg nou zelf als je afgaat op wat je leest en hoort, zou je denken dat wat wij zien, alles is. Er is niet meer dan dat, dat is alles wat er is tussen hemel en aarde. Als je afgaat op wat je leest en hoort, zou denken dat het wonderlijke iets is van vroeger, van ooit. Nu weten wij beter. Als je afgaat op wat je leest en hoort, zou je denken dat het kwaad en onrecht het laatste woord hebben.

Het is voor mij Jezus die ervoor zorgt dat mijn denken vergroot wordt, dat er meer is tussen hemel en aarde, dat het wonderlijke bestaat in onze wereld en dat uiteindelijk het goede over wint. In Hem zie ik dat gespiegeld.
Als ik dat zo zeg, weet ik maar al te goed dat het een geloof is, een hoop. Maar ja, dat is voor mij niet erg. Met die hoop en dat geloof gaan wij in het voetspoor van groten die ons zijn voorgegaan. Van Paulus, van Johannes, van Abraham. Het voorbeeld van geloven: ‘Abraham twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God. Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat hij had beloofd.’

Als wij in het voetspoor gaan van Johannes, Paulus en Abraham, trekt dat de toekomst open, een toekomst van mogelijkheden. Een samenleving die herrijst, een kerk die op vertrouwde en op nieuwe wijze inspireert en begeestert.

 De bruiloft te Kana, het lijkt even mis te gaan. Halverwege blijkt de wijn bijna op te zijn. Maar dan heel wonderlijk gebeurt er iets wat niet voorzien was. Jezus schept overvloed, Jezus belichaamt Gods overvloed. Hij spiegelt Gods mogelijkheden, voor ons en onze wereld.

Amen
 
terug