Preek ds. Michiel Pronk Preek ds. Michiel Pronk
Verkondiging naar aanleiding van Jesaja 43: 1-7

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Ik wil beginnen met een kleine peiling, kijken hoe u over de volgende vraag denkt. Wat u moet doen, is naar waarheid antwoorden – dat spreekt wel voor zich als wij in een kerk zijn - en uw hand ophoog steken als het antwoord ja is. De vraag is de volgende: wie vindt het spannend om ergens naartoe gaat waar je bijna niemand kent? Dan moet je niet denken aan naar een winkel gaan, maar meer aan een feestje of een andere bijeenkomst. De hand omhoog als het zo is, anders mag u uw hand naar beneden houden.

Ik zie toch wel wat handen omhooggaan, veel zelfs en een enkeling niet. Het is misschien een goed moment om eens goed om je heen te kijken: al deze mensen vinden het spannend om in een onbekende situatie te komen. Zelf zit ik ook wel in de groep die het spannend vindt. Wat ik zo van niet zo lang geleden herinner, is een cursusdag. Dan kom je binnen in zo’n gebouw en zie je allemaal mensen en denk je: zouden die ook naar die cursus gaan of niet? Je weet het niet. Dan wil je niet voor gek staan door iemand aan te spreken die er helemaal niet naartoe gaat of bij hoort.

Ik weet niet hoe het jullie uiteindelijk vergaat bij dat soort situaties, maar meestal komt het wel goed. Soms blijkt er onverwacht toch iemand te zijn die je kent. Er kan ook iets anders gebeuren. Er is een mooie regel in een ander liedje van Chef’s Special – net hebben wij In Your Arms geluisterd. Die regel is: ‘Strangers are strangers until they meet.’ Onbekenden zijn onbekenden tot het moment dat zij elkaar ontmoeten. Ja, ook al je vrienden zijn ooit onbekenden voor je geweest, tot het moment dat je ze tegenkwam.

Een onzekere, onbekende situatie, die is er ook in het Bijbelgedeelte uit Jesaja dat wij gelezen hebben. Daar is voor de mensen weinig vertrouwds of bekends. Wat er aan de hand is, is dat een groot deel van het volk Israël door de Babyloniërs weggevoerd zijn vanuit Jeruzalem en de andere steden daar in dat gebied naar Babel, een stad die lag in de buurt van Bagdad in Irak. De afstand tussen Jeruzalem en Babel was 1000 kilometer. Veel zijn de mensen dus kwijtgeraakt: heel hun vertrouwde omgeving, hun huizen, hun familie. Ook de tempel zijn ze kwijtgeraakt. Dat vormde het hart van hun geloof. Daar kwamen ze bij elkaar voor godsdienstige feesten. Dat is er allemaal niet meer.

Daar in Babel, in die verre stad moeten zij helemaal opnieuw beginnen. Ik denk dat je de situatie van die mensen het beste kunt vergelijken met die van vluchtelingen, asielzoekers die er in ons land zijn. Ook zij moeten opnieuw beginnen in een vreemd land waar je de taal niet kent, waar er heel andere gebruiken zijn.

In die nieuwe, onzekere situatie is er een man, Jesaja. Hij is een profeet, iemand die namens God een boodschap aan de mensen overbrengt. Jesaja probeert de mensen moed in te spreken. De woorden die hij dan namens God spreekt, zijn heel stellig: ‘Welnu, dit zegt [God] de HEER, […] Wees niet bang.’

Deze week viel mij de vorm op van dat ‘Wees niet bang’.  Ik zou even kunnen testen hoeveel jullie van de basisschool hebben opgestoken door te vragen welke werkwoordsvorm het is. Op internet zag ik dat je het in groep zeven leert, dus jullie zouden het kunnen weten. ‘Wees niet bang’, het is een gebiedende wijs. In onze taal kun je die gebiedende wijs verschillend gebruiken, als een advies, bijvoorbeeld ‘wees voorzichtig’ en ook als bevel: ‘Doe dat.’ In ons gedeelte is het een bevel, een verbod om bang te zijn. ‘Wees niet bang.’ Het is zoals op dit bord staat: ‘Verboden om bang te zijn.’

Ik weet niet of wij zelf het ook op die manier zouden zeggen. Bij ons thuis is weleens iemand bang, bijvoorbeeld voor dat het donker is of voor spinnen. Meestal zeg ik dan: ‘Je hoeft niet bang te zijn.’ Dat is toch wat vriendelijk dan zo’n verbod om niet bang te mogen zijn.  

Dat Jesaja het stelt als verbod, heeft er denk ik mee te maken dat de mensen daar in Babel er van hem overtuigd van moeten zijn dat het echt wel goed komt. Er zal verandering komen in hun onzekere situatie. Er zal zelfs een moment komen dat de mensen terug zullen keren naar hun bekende en vertrouwde omgeving, terug naar Jeruzalem.

Over dat vertrouwen mogen hebben doet Jesaja namens God nog meer stevige uitspraken: ‘Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.’

Bij deze woorden moest ik wel even denken aan een waarschuwing die je weleens bij filmpje ziet: ‘Don’t try this at home/ Doe dit thuis niet na, probeer het niet.’ Zo is het niet verstandig om de kracht van water te testen en van vuur. De betekenis van de woorden Jesaja zit hem niet in de letterlijkheid, maar in de strekking, dat God bij je is. Ja, in elke situatie… Het is niet voor niets dat Jesaja het beeld van water en van vuur gebruikt, dat zijn twee tegenovergestelde van elkaar: water en vuur gaan niet samen. Die twee tegenovergestelde staan zo voor het geheel, voor alles, voor elke situatie ‘Ik ben bij je’, zegt God.

Een onzekere, nieuwe situatie, in die situatie zegt Jesaja, geeft hij namens God het gebod: ‘Wees niet bang. Ik ben bij je.’

Ik weet niet hoe jullie het allemaal vinden om naar de middelbare school te gaan. Misschien of waarschijnlijk toch wel spannend. Het kan dat jullie al op je nieuwe school hebben gekeken, weten bij wie je in de klas komt en dat kan helpen om dat onbekende wat meer vertrouwd te laten voelen, zeker als je bij vrienden terecht komt. Dat kan je over de drempel heen helpen.

Ook als dat niet het geval is, is juist de middelbare school een plaats om nieuwe vrienden op te doen. Als ik zelf terugdenk aan de tijd dat ik op de middelbare school zat en vergelijk met wie ik aan het begin bevriend was en met wie aan het einde dan zit er veel verschil in. Je doet nieuwe vrienden op, verliest oude. Zo gaat het.

Een nieuwe, onbekende situatie, de overgang van de basisschool naar de middelbare school is er een voorbeeld van. Maar er zijn er veel meer. Aan het begin deed ik die kleine peiling over hoe wij ons voelen bij een onbekende situatie. Ieder zal zo een eigen voorbeeld in gedachten hebben gehad: het leven zit vol met dat soort gebeurtenissen, kleine en soms ook heel grote.

Op je levensweg kun je daarvan veel tegenkomen en meemaken. Onverwachtse mooie, vrolijke dingen, zoals het maken van nieuwe vrienden of het ontmoeten van een geliefde, maar het leven kent helaas vaak ook andere periodes. Van dat je je zorgen maakt, tijden van onzekerheid door ziekte, soms ook van verdriet. Als mensen overlijden van wie je hield, aan wie je erg gehecht was.

Met het oog op die levensweg is er dit bord: ‘Wees niet bang.’ Ik heb hem op de achterkant even anders verwoord: ‘Vertrouw, heb vertrouwen. Ik ben bij je.’

Dan zijn er verschillende personen die dat tegen je zeggen, tegen je gezegd hebben. Het zijn je ouders die het doen, gedaan hebben. Misschien nu nog bij bepaalde situaties: ‘Kom op, het komt wel goed.’ Ze hebben het gedaan toen je klein was. Het bijzondere is dat de manier waarop je ouders er voor je waren als klein kind, als ze beschermend voor je waren, heel je leven meegaat. Het helpt, ook als ze er niet meer zijn, om om te gaan met de onzekere momenten van het leven. Het is zoals Chef’s Special zingt over zijn overleden vader: ‘And I know that you are with me.’

Ik weet niet of je vrienden het zo tegen je zullen zeggen ‘wees niet bang’, maar met hoe ze ervoor je kunnen zijn, doen zij hetzelfde. In vriendschap klinkt door dat anderen er voor je zijn. Met je meeleven, je helpen bij de hobbels in het leven. En ook: zij delen in de mooie momenten die er zijn.

‘Wees niet bang.’ Heb vertrouwen zijn. Ik ben bij je.’ Ik geloof dat wat de profeet Jesaja toen tegen de mensen sprak, ook voor jullie, voor ons vandaag geldt. Dat wij niet bang hoeven te zijn – laat ik het nog wat bescheidener zeggen – dat angst of bezorgdheid niet bij ons in ons leven hoeft te overheersen. Wij mogen het vertrouwen hebben dat God voor ons zorgt, ons in zijn hand houdt, ons wil helpen en beschermen.

Ik geloof dat God met ons, met jullie meegaat op onze, jullie levensweg. Dat Hij erbij is, als degene die in ons gelooft, ons het vertrouwen geeft dat het goed komt.

Angst voor het onbekende, voor het nieuwe, bijna iedereen heeft het. Toch hoeft die angst niet te overheersen. Elke nieuwe situatie kent zijn kansen: nieuwe vrienden die je bijvoorbeeld op doet. Bij nieuwe, onbekende situatie horen wij anderen, familie, vrienden en God, tegen ons zeggen: ‘Wees niet bang. Heb vertrouwen. Ik ben bij je.’

Amen
 
terug