Vanuit Eelderwolde Vanuit Eelderwolde
Op reis gaan
Toen onze kinderen nog klein waren lazen we hun, zoals veel ouders doen, elke avond voor het slapengaan, een verhaaltje voor. Een dag voor we op vakantie zouden gaan, zei ik tegen Steven, onze oudste: ‘Morgen gaan we op reis, zullen we een verhaal uitzoeken, dat ook over reizen gaat?’. Hij vond het goed. Het ging over mensen die hun spullen pakten en naar een ver land op vakantie gingen. Er stond ook een soort reisgebed bij geschreven. ‘God reist met de mensen mee’, zei ik. Onze oudste knikte wat onbestemd. ‘Morgen gaat Hij ook met ons mee op reis, denk je niet?’, verduidelijkte ik nog. Toen keek hij me benauwd aan en vroeg: ‘In de auto...?’.
De God van de bijbel wordt beschreven als een God, die meereist, die meetrekt met de mensen. Hij is een trekker-God. Lees de verhalen maar over Abraham, die met zijn God op weg gaat naar nieuwe oorden. En hoor naar de woestijnverhalen in het boek Exodus, over het volk, dat eenmaal bevrijd uit de slavernij, op weg gaat naar beloofd land. Dergelijke verhalen vertellen mij over een God die dynamisch is. Hij trekt met ons mee, deelt met ons het leven, dat van dag tot dag een nieuwe bestemming zoekt. Het vertelt me ook iets over wat geloven kan zijn: verder trekken met deze God, op weg blijven naar het land van vrede en recht, elke dag tasten en zoeken naar vrede voor de wereld en wat de mensen kan dienen. Telkens ook nadenken of er nieuwe woorden zijn, nieuwe liederen – in samenspraak met wat ooit eens al gezegd en gezongen is – om uit te drukken wat we vandaag geloven.
Kerk-zijn, geloven, het wordt vaak geassocieerd met honkvaste gebouwen, vastgeroeste denkbeelden, vaststaande tradities. Soms zit er ook weinig beweging meer in. Wanneer Israël in het beloofde land aankomt en later de tempel bouwt, gaat het al gauw zo. God wordt ‘vast en zeker’ gesitueerd op maar een plaats, de geloofsbeleving wordt ingekaderd ‘zo moet je geloven en anders niet’, de rituelen liggen vast ‘het was zo en zo moet het blijven’. De lust om verder te reizen, verder te ontdekken wat deze God te zeggen heeft, hoe we Hem in eigentijdse beelden en woorden telkens weer nieuw kunnen verstaan, ontbreekt vaak. Zo kunnen ook geloofsgemeenschappen, bedoeld als reisgezelschappen, verstarren en verstenen.
God reist met ons mee. Niet zo letterlijk als onze zoon destijds dacht, maar toch. Hij reist met ons mee, in wat wij over Hem zingen, lezen en denken, wat we in gesprekken over Hem uitwisselen aan ervaringen. Iedere tijd opnieuw, eigentijds en steeds weer anders. En daarin wil Hij ons blijven wenken voor zijn grote visioen van vrede en liefde onder de mensen. Hij wil ons daarbij tot reisgenoten van elkaar maken. Mensen die met elkaars lief en leed meereizen, delend in blijdschap, hoopgevend bij verdriet. Ook door onze handen, harten en hoofden laat God anderen zien dat Hij met ze is, een reisgenoot is, wie ze ook zijn.
De vakantie staat voor velen voor de deur. Dat betekent dat er heel wat mensen op reis zullen gaan. Er even tussen uit, voor langere of kortere tijd. Maar reizen is eigenlijk iets van elke dag. Als mens en als geloofsgemeenschap zijn we op weg, gelovend in een betere toekomst, zoekend naar nieuwe taal en muziek om daar woorden aan te geven, elkaar helpend en dienend. Niet verstard, maar levendig, open, elkaar de ruimte gevend. En vooral dynamisch, zoals God zelf blijkt te zijn. En onderweg krijgen we brood en wijn om het vol te houden, krijgen we reisverhalen aangereikt die de koers uitzetten, krijgen we elkaar als reisgenoten geschonken. Niet voor een paar weken tijdens de vakantie, maar elke dag!

Dank
Ik ben bijzonder geraakt door de vele blijken van medeleven uit onze gemeente na het overlijden van mijn vader. De lieve kaarten, mailtjes, appjes en handdrukken hebben mij en ons heel erg gesteund en getroost. Daarvoor ben ik jullie allen meer dan dankbaar!

Tenslotte
Wekelijks mogen we als gezegende mensen de kerkdienst verlaten. Maar mensen zegenen naar een oude Joodse traditie, omgekeerd, ook God. Gezegend zijt Gij, Eeuwige... Zo ook in het lied van Henk Jongerius, Lied 984 in het Liedboek, waarvan ik hier couplet 4 opneem.

Gezegend die de mensen roept
tot liefde, vruchtbaarheid en moed,
om voor elkander te bestaan
in eerbied voor zijn grote naam.

Allen hartelijk gegroet,
Ds. Ybo Buurma
 
Vanuit Haren Vanuit Haren
Bij de dienst
In de eerste gezamenlijke zomerdienst van dit jaar, 17 juli, is de lezing Lucas 10:38-42. Het is het verhaal over Maria en Martha, waarbij Jezus Maria niet berispt om haar niets doen, maar haar juist prijst. Maria heeft door wat het moment van haar vraagt.

Tot slot
De kinderen van de clubs hadden er twee jaar op moeten wachten, maar afgelopen weekend was er eindelijk weer een echt clubkamp. Het vond plaats op een andere locatie dan normaal, maar dat mocht de pret niet drukken. Wat fijn dat dit ook weer kon!

Hartelijke groet,
Michiel Pronk