Vanuit Eelderwolde Vanuit Eelderwolde
Terras
Ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom…
Micha 4:4

Het Algemeen Dagblad kopte kortgeleden met het artikel ‘Ode aan de onweerstaanbare aantrekkingskracht van het terras’. Nu het weer mag, zie je dagelijks, zeker bij mooi weer, de terrassen volstromen. We hebben kennelijk wat in te halen. In het centrum van Groningen moet je er op tijd bij zijn, anders is er geen tafeltje meer beschikbaar. Her en der staan mensen in de rij om maar aan het terrasleven mee te kunnen doen. Wat is toch dat enorme verlangen naar een terras? ‘Het lijkt wel een eerste levensbehoefte’, hoor ik iemand wat verzuurd opmerken. Het Algemeen Dagblad geeft een andere, meer positieve duiding en stelt dat ‘het terras is uitgegroeid tot een bijna mythische plek: hét symbool voor de levensvreugde die ons door dat virus was ontnomen’. Ik kan me goed vinden in deze betekenisvolle uitleg. Als ik de terrasklanten zo aanschouw, kan ik een glimlach ook niet onderdrukken. De stad leeft, sprankelt en bruist weer, prachtig om te zien. Ik verheug me dat mensen weer zo opgetogen en vrij op een terras genieten van een cappuccino, een glas wijn of bier. Wat heerlijk dat dit weer kan. Het terrasleven doet me denken aan de tekst uit de profetie van Micha, die ik als aanhef heb opgeschreven. De profeet vertelt hoe ieder eens zal zitten onder zijn wijnrank en vijgenboom. Micha beschrijft hiermee een toekomstig beeld van vrede, van genieten, een land waar mensen in goede harmonie samenzijn, vrij van bedreiging en angst. Mijn gewaardeerde leermeester, de voormalige studentenpredikant en latere hoogleraar Robert Hensen, zei eens bij deze tekst, ‘Zo ziet het koninkrijk van God eruit, dames en heren, ieder in vrede bijeen, ieder onder zijn boompje, als onder een parasol op een mooi terras, met een kopje koffie of een glaasje wijn erbij’. Ik ben dat beeld, dat hij met zichtbaar genoegen schetste, nooit kwijtgeraakt. Het terras als beeld van vrede en hoop, van levensvreugde, mensen lachend, toostend op een nieuwe tijd. Ja, het terras als een knipoog naar het hoe het ooit mag worden, rijk Gods. Dat is toch zeker een ode waard? Ik hoop dat u er ook van kunt genieten, uit of thuis, zeker met de huidige temperaturen.

Tenslotte
Als ik dit stuk voor de kerkbode zit te schrijven, schijnt de zon volop en stijgt de temperatuur tot boven de twintig graden. Het is heerlijk weer en ik ervaar dat als een weelde na die vele koude en regenachtige weken in april en mei en de somberte die de Coronacrisis met zich meebracht. Margryt Poortstra schreef een lied met als titel ‘Dag voor de dag’ en het eerste couplet geeft goed weer hoe ik van deze zonnige dag(en) geniet.

Geniet maar van de zonverlichte uren,
de wonderlijke alledaagsheid van het bestaan,
leef in het nu, dat levenslang kan duren,
laat wat je zelf niet kunt veranderen toch gaan.

Allen hartelijk gegroet,
ds. Ybo Buurma
 
 
Vanuit Haren Vanuit Haren
Bij de diensten
De lezing in de dienst op zondag 13 juni is Johannes 4:5-26. Jezus raakt in gesprek met een Samaritaanse vrouw. Hij vraagt haar om water, terwijl joden normaal niet met Samaritanen omgaan. Dat water is voor Jezus de aanleiding om te spreken over levend water: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’
Het vervolg van dat verhaal staat centraal op zondag 29 juni (Johannes 4:27-42). Jezus blijft twee dagen in een Samaritaanse stad, waar veel mensen tot geloof komen. Hij vertelt zijn leerlingen dat zij hem kunnen helpen: zij mogen een oogst binnenhalen waar ze zelf geen moeite voor hebben hoeven doen.

Tot slot
Toen ik pas op zondagochtend wegging met de auto, stond één van onze vuilcontainers voor de auto geplaatst. Het was al de tweede keer dat na een nacht een vuilcontainer op raadselachtige wijze op een andere plek stond dan waar ik hem had neergezet. Nu is de vraag hoe ik die gebeurtenissen moet zien: is het baldadigheid of zit er een diepere betekenis achter? Wat zou die betekenis dan zijn.

Hartelijke groet,
Michiel Pronk