Vanuit Eelderwolde Vanuit Eelderwolde
Open deur
Als kind was ik gefascineerd door de draaideuren van grote warenhuizen. Ik draaide graag een rondje mee, en dan het liefst nog één. Vooral het instapmoment was voor mij als jongetje spannend, want de deuren bleven vaak automatisch rondgaan. Het waren, toen al, slimme toegangen om energie te besparen en de kou zoveel als mogelijk buiten te houden.
Vanwege de hoge energieprijzen sluiten wij onze deuren tegenwoordig ook goed af. We proberen de warmte te koesteren, want gas en elektra zijn extreem, ja voor velen te duur geworden. In de donkerste tijd van het jaar, op weg naar het feest, was het altijd vanzelfsprekend om onze huizen te versieren en te verlichten. Maar nu hoor ik mensen zeggen, ‘kan dat nog wel, wordt dat niet te kostbaar?’ Of: ‘moeten we dat niet uitsparen voor hen die het financieel moeilijk hebben?’ Gelukkig kunnen we in deze dagen kaarsen ontsteken om het binnenskamers zo gezellig mogelijk te maken.
Deuren kunnen, in overdrachtelijk zin, ook om heel andere redenen gesloten zijn. Ik schrik elke dag weer van het wantrouwen, de bedreigingen, die mensen achter de gesloten deuren van hun eigen gelijk via social media de wereld in slingeren. En na hoeveel woordenstrijd en woede, thuis of op het werk, klappen mensen soms niet de deuren achter zich dicht? Om nog te zwijgen van de vreselijke oorlog in het oosten van Europa, die de komende jaren de deuren tussen veel landen potdicht zal houden.
In de tijd van Advent, zo vertelt de dichter Jan Groenleer, snakken we naar ‘een woord van U, een open deur waardoor Gij binnenkomt’. Wat een ontroerend, mooi beeld in een wereld waarin ‘de nachten langer worden, kouder en banger’, en zoveel deuren vergrendeld zijn. Waar God onze levens met verhalen van hoop binnenkomt, zaait Hij in de donkerte zijn licht en schenkt ons moed om te blijven ‘turen naar de dag van morgen’. Straks, met kerst, scharniert er een staldeur open en toont Hij ons zijn levende woord, een kind van het licht, het visioen van vrede.

Nu de nachten
langer worden
kouder
banger

Nu de dagen schraler woorden
de mensen
tasten
naar wat liefde is

Snakken wij
naar een woord van U
een open deur
waardoor Gij binnenkomt

Turen wij
naar de dag van morgen

De dag van morgen
ach wanneer

Breek bij ons in
o God
die liefde zijt
en zaai in ons uw licht

Tenslotte
Ik wens ieder licht en vrede toe in deze dagen van Advent, een tijd van uitzien, verwachten en hopen. Een lief, teer couplet, uit een lied van Huub Oosterhuis, mag ons daarin begeleiden.

Uit uw hemel zonder grenzen
komt Gij tastend aan het licht
met een naam en een gezicht
even weerloos als wij mensen.

Allen hartelijk gegroet,
Ds. Ybo Buurma
 
 
Vanuit Haren Vanuit Haren
Bij de dienst
Er is een Ochtendplusdienst op 11 december rond het thema ‘Woar komst doe vot?’.
De vrouw die in deze dienst centraal staat, is Rachab (Jozua 6:22-25). Als er Israëlitische spionnen in haar stad zijn, verbergt zij hen voor haar stadsgenoten.
Haar sympathie ligt niet bij degenen met wie zij haar afkomst deelt, maar bij een andere gemeenschap.    
Op de laatste zondag van Advent lezen wij het bijzondere verhaal van Tamar (Genesis 38); zij wordt zwanger van haar schoonvader. Toch wordt ook zij genoemd in het geslachtregister van Jezus: ‘Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar.’

Tot slot
Het fietspad tegenover ons huis was enkele dagen afgesloten in verband met werkzaamheden. Er was een groot hek geplaatst. Op enig moment zag ik een man eerst aan de linkerkant en later aan de rechterkant van het hek zich erlangs proberen te wurmen. Bij mijzelf dacht ik: hoe eigenwijs kun je zijn, als er staat dat je om moet lopen. Tja, toen herinnerde ik mij weer dat ik zelf enkele dagen daarvoor over een afzetlint was gestapt voor een kortere route. Het is wat Jezus zei: je ziet vaak de splinter in het oog van een ander, maar de balk in je eigen oog merk je niet op.

Hartelijke groet,
Michiel Pronk